De oefening:
Deze remoefening heeft ten doel te toetsen of er een gelijkmatige remming uitgevoerd kan worden met een vooraf bepaalde lengte.
Deze remoefening heeft ten doel te toetsen of er een gelijkmatige remming uitgevoerd kan worden met een vooraf bepaalde lengte.
* Een poortje van 2 pylonen markeert het beginpunt van de remming.
* Een tweede poortje markeert het eindpunt van de remming.
* Afstand tussen de 2 poortjes is 17 meter.
* Recht aanrijden met een snelheid van 50 km/u.
* Tussen het poortje gas dichtdraaien en direct met beide remmen de remming inzetten.
* Gelijkmatig remmen zonder dat grote correcties in remkracht nodig zijn.
* Tijdens de remming terugschakelen naar een versnelling die bij de snelheid hoort.
* Tot stilstand komen bij het tweede poortje.
* Bediening, balans en stabiliteit moeten continu onder controle zijn.
* Beide remmen moeten gebruikt worden.
* De remmen moeten gelijkmatig gedoseerd worden.
* Op de bij aanvang bepaalde remkracht moet geen grote correctie nodig zijn om bij het tweede poortje tot stilstand te komen.
* Kort voor stilstand moet in de eerste versnelling teruggeschakeld zijn.