De oefening:
De bestuurder begint vanuit stilstand en accelereert naar 50 km/u in de 3e versnelling.
De bestuurder begint vanuit stilstand en accelereert naar 50 km/u in de 3e versnelling.
* 55 mtr. om te versnellen naar 50 km/u in 3e versnelling.
* 20 mtr. om te vertragen naar ± 30 km/u in 2e versnelling.
* Door middel van bochten met een licht trekkende motor een slalom uitvoeren.
* Vanuit stilstand optrekken naar 50 km/u in 3e versnelling.
* Bij poortje na 55 mtr. afremmen naar ongeveer 30 km/u en terugschakelen naar 2e versnelling.
* Voor aan de slalom begonnen wordt, is de koppeling weer losgelaten en het gas constant.
* Door middel van bochten met een licht trekkende motor een slalom uitvoeren.
* Vanuit stilstand vlot optrekken naar 50 km/u.
* Tijdig gas dicht en durven doorremmen naar 30 km/u.
* Voor eerste pylon van slalom, klaar met remmen en koppeling weer los.
* Met licht trekkende motor slalom uitvoeren, daarbij is het van belang dat de motor wordt afgeschuind.